ARBITRAGE REGLEMENT

INDEX

Artikel …1 Definities
Artikel …2 Toepasselijkheid reglement
Artikel …3 Scheidsgerecht
Artikel …4 Ontheffing van de opdracht
Artikel …5 Vervanging van arbiters
Artikel …6 Plaats van de arbitrage
Artikel …7 Secretaris
Artikel …8 Wraking arbiters en secretaris
Artikel …9 Aanhangig maken van een geschil
Artikel ..10 Loop van de procedure
  Tegenvorderingen
Artikel ..11 Mondelinge behandeling
  Getuigen en/ of partijdeskundigen
  Vertegenwoordiging
  Voertaal
  Wijziging-aanvulling van de vordering c.q. verweer
Artikel ..12 Onderzoek ter plaatse
Artikel ..13 Intrekking van de vordering
Artikel ..14 Verstek
Artikel ..15 Beslissing
  Herstel van het vonnis of bindend advies
  Aanvulling van het vonnis of bindend advies
Artikel ..16 Spoedgeschil
Artikel ..17 Voeging of tussenkomst
Artikel ..18 Vrijwaring
Artikel ..19 Samenvoeging van arbitrale gedingen
  Afstand van art. 1046 Rv
  Wijze van indiening
Artikel ..20 Beslissing op verzoek
Artikel ..21 Afdoening van het geschil
Artikel ..22 Hoger beroep
Artikel ..23 Overige bepalingen
Artikel ..24 Waarborgsom
Artikel ..25 Kosten
Artikel ..26 Nietigheid
Artikel ..27 Bevoegde president
Artikel ..28 Voorzitter
Artikel ..29 Niet voorziene gevallen
Artikel ..30 Inbreuk op het reglement
Artikel ..31 Uitsluiting van aansprakelijkheid
Artikel ..32 Wijzigingen

1. Definities

In dit reglement wordt verstaan onder:

Instituut: de Stichting Arbitrage-Instituut Bouwkunst (AIBK).

Curatorium: het bestuur van de Stichting.

Voorzitter: de voorzitter van het college van arbiters als zodanig vermeld op de lijst van arbiters, overeenkomstig artikel 11 van de statuten van het Instituut en bij diens ontstentenis of onverenigbaarheid van functies de plaatsvervangend voorzitter.

Secretaris: de secretaris-penningmeester van het Instituut of diens plaatsvervanger.

Lijst van arbiters: de lijst van arbiters zoals bedoeld in artikel 10 van de statuten van het Instituut.

Arbitrage: de wijze van procederen als bedoeld in artikel 1020 en volgende van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv).

Scheidsgerecht: een scheidsgerecht bestaande uit één of drie arbiter(s), samengesteld overeenkomstig artikel 3 van dit reglement.

2. Toepasselijkheid reglement

1. Partijen worden geacht dit reglement tot deel van hun overeenkomst te hebben gemaakt indien zij daarbij door middel van een arbitraal beding of in een akte van compromis verwijzen naar arbitrage door het Instituut, dan wel een overeenkomst sloten tot het verkrijgen van een bindend advies door het Instituut.

2. Indien naar het oordeel van het scheidsgerecht het tussen partijen overeengekomene niet voldoet aan de voor arbitrage in de wet gestelde eisen, dan wel - eveneens naar het oordeel van het scheidsgerecht - de wet geen arbitrage toelaat, is het scheidsgerecht alsnog bevoegd de uitspraak op verzoek van partijen geheel of gedeeltelijk in de vorm van een bindend advies te geven.


3. Scheidsgerecht

1. Het scheidsgerecht wordt samengesteld uit de op de lijst van arbiters voorkomende personen en benoemd door de voorzitter.

2. Zodra een geschil aanhangig is gemaakt, wordt beide partijen de lijst van arbiters toegezonden waarna zij, binnen 14 dagen, schriftelijk aan de voorzitter hun gemeenschappelijke voorkeur voor de te benoemen arbiters kunnen uitspreken, waarmee de voorzitter bij de benoeming van de arbiters zoveel mogelijk rekening zal houden.

3. Door aldus mee te werken aan de samenstelling van het scheidsgerecht verliezen partijen niet het recht om een beroep te doen op de onbevoegdheid van het scheidsgerecht wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst.

4. De voorzitter benoemt het scheidsgerecht nadat de in artikel 10 bedoelde memorie van antwoord is ingediend, c.q. de daarvoor verleende termijn is verstreken.
Verlenging van de termijn voor het indienen van de memorie van antwoord houdt in dat - zonodig - de in artikel 1027 lid 2 Rv bedoelde termijn dienovereenkomstig wordt verlengd.

5. Het scheidsgerecht bestaat uit één arbiter, tenzij beide partijen te kennen geven dat zij aan berechting door drie arbiters de voorkeur geven. Indien slechts één der partijen berechting door drie arbiters wenst, is de beslissing met betrekking tot de benoeming van één dan wel drie arbiters aan de voorzitter voorbehouden. Deze kan ook ambtshalve bepalen dat het scheidsgerecht drie leden zal tellen.

6. Indien drie arbiters worden benoemd, wijst de voorzitter aan wie van hen als voorzitter van het scheidsgerecht zal optreden.

7. De voorzitter is bevoegd zichzelf als arbiter aan te wijzen.

8. Arbiters aanvaarden hun benoeming schriftelijk.
De secretaris maakt zo spoedig mogelijk na de aanvaarding van de benoeming de samenstelling van het scheidsgerecht aan partijen bekend.


4. Ontheffing van de opdracht

1. Een arbiter die zijn benoeming heeft aanvaard, kan op eigen verzoek door de voorzitter van zijn opdracht worden ontheven.

2. Een arbiter die zijn benoeming heeft aanvaard, kan op gezamenlijk verzoek van partijen door de voorzitter van zijn opdracht worden ontheven.

3. Een arbiter die zijn bevoegdheid heeft aanvaard, kan, indien hij rechtens of feitelijk niet meer in staat is zijn opdracht te vervullen, hetzij op schriftelijk verzoek van één der partijen, hetzij door de voorzitter, na partijen te hebben gehoord, van zijn opdracht worden ontheven.

4. Treft het verzoek tot ontheffing de voorzitter zelf, dan vindt de ontheffing plaats door de voorzitter van het curatorium.


5. Vervanging van arbiters

1. Indien een arbiter overlijdt of indien een lid of meerdere leden van het scheidsgerecht van zijn/ hun opdracht is/ zijn ontheven, wordt door de voorzitter in de vacature voorzien overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.

2. Het geding is in de periode, nodig voor de vervanging van een arbiter, geschorst en wordt vervolgens voortgezet op de laatst gewisselde memories. Vindt vervanging echter plaats na de mondelinge behandeling, dan geschiedt deze behandeling opnieuw, tenzij partijen en de nieuw benoemde arbiter zulks niet nodig achten.


6. Plaats van de arbitrage

Het scheidsgerecht kiest Groningen als plaats van de arbitrage.


7. Secretaris

De secretaris van het Instituut treedt bij elk geschil op als de secretaris van het scheidsgerecht. Hij heeft als zodanig slechts een adviserende stem.


8. Wraking van arbiters en secretaris

1. Een arbiter kan worden gewraakt indien gerechtvaardigde twijfel bestaat omtrent zijn onpartijdigheid of onafhankelijkheid. Om dezelfde reden kan een aan het scheidsgerecht toegevoegd secretaris worden gewraakt, in welk geval de volgende leden van overeenkomstige toepassing zijn.

2. De wrakende partij brengt de wraking onder opgave van redenen schriftelijk ter kennis van de betrokken arbiter(s) c.q. secretaris, het scheidsgerecht (indien drie arbiters zijn benoemd), haar wederpartij, alsmede de voorzitter.

Het geding kan door het scheidsgerecht worden geschorst vanaf de dag van ontvangst van de kennisgeving.

3. Trekt een gewraakte arbiter of secretaris zich niet binnen 2 weken na de dag van ontvangst van die kennisgeving terug, dan wordt over de gegrondheid van de wraking op verzoek van de meest gerede partij door de President van de Arrondissementsrechtbank beslist. Wordt dit verzoek niet binnen 4 weken na de dag van ontvangst van de kennisgeving gedaan, dan vervalt het recht tot wraking en wordt het geding, indien het geschorst was, hervat in de stand waarin het geding zich bevindt.

4. Trekt de gewraakte arbiter zich terug of wordt diens wraking door de President van de Arrondissementsrechtbank gegrond bevonden, dan wordt hij vervangen volgens de regelen welke van toepassing waren op de oorspronkelijke benoeming.

5. Indien de betrokken arbiter of één der partijen of beide partijen buiten Nederland wonen of feitelijk verblijf houden, zijn de in het derde lid vermelde termijnen 6 onderscheidenlijk 8 weken.


9. Aanhangig maken van een geschil

1. Een geschil wordt aanhangig gemaakt door indiening bij het secretariaat van een memorie van eis in zesvoud.

2. Het geschil wordt geacht te zijn aanhangig gemaakt op de datum waarop de memorie van eis door het secretariaat is ontvangen.

3. In deze memorie wordt met opgave van gronden duidelijk omschreven en toegelicht hetgeen wordt gevorderd, terwijl naam, adres en woon- of vestigingsplaats van partijen zo volledig mogelijk moeten zijn vermeld.

4. De secretaris bevestigt zo spoedig mogelijk de ontvangst van de memorie van eis onder vermelding van de datum waarop deze is ontvangen.

5. Indien de memorie van eis zijns inziens niet aan de vereisten voldoet, nodigt de secretaris de eiser uit om binnen 14 dagen deze memorie aan te vullen c.q. te verbeteren.
Voortgang van de procedure vindt eerst plaats zodra de aanvulling c.q. verbetering van de memorie heeft plaatsgevonden. Indien de eiser de aanvulling c.q. verbetering niet binnen de gestelde, eventueel nog door de secretaris verlengde, termijn heeft verricht, wordt hij geacht de vordering te hebben ingetrokken.


10. Loop van de procedure

1. De secretaris zendt van de bij hem binnengekomen memorie van eis, bij brief met bericht van ontvangst, een afschrift aan de verweerder.
Indien de verweerder ingebreke blijft het afschrift van de memorie van eis in ontvangst te nemen, zal het stuk op verzoek van de secretaris door middel van een deurwaardersexploit worden betekend aan de verweerder.

2. In de in het vorige lid bedoeld brief c.q. het exploit wordt de verweerder medegedeeld binnen welke termijn, welke niet korter zal zijn dan 4 weken, een memorie van antwoord, eveneens in zesvoud, moet worden ingediend.
De voorzitter kan deze termijn één of meer malen verlengen.

3. Indien de verweerder, die in het arbitraal geding is verschenen, een beroep wenst te doen op onbevoegdheid van het scheidsgerecht op de grond dat een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbreekt, zal hij dit verweer in de memorie van antwoord dienen te voeren voor alle overige werden, op straffe van verval van het recht op dat ontbreken later in het arbitraal geding of bij de gewone rechter, alsnog een beroep te doen, tenzij dit beroep wordt gedaan op de grond dat het geschil niet vatbaar is voor arbitrage.

Tegenvorderingen

4. Bij de memorie van antwoord kunnen tegenvorderingen worden ingesteld; op deze tegenvorderingen is het bepaalde in artikel 9 leden 3 en 5 van overeenkomstige toepassing. Een tegenvordering is toegestaan mits deze voortvloeit uit een overeenkomst waarin opgenomen een arbitraal beding dat verwijst naar dit reglement, dan wel uit een akte van compromis. De secretaris zendt terstond een afschrift van de memorie van antwoord/ eis in reconventie aan eiser.

5. Partijen worden in de gelegenheid gesteld hierna ieder nog een memorie te nemen binnen termijnen door de voorzitter vast te stellen. Desgewenst kan tenslotte een memorie van dupliek in reconventie worden genomen, binnen de termijn door de voorzitter vast te stellen.

6. Partijen zijn bevoegd bij hun memories hun vordering of verweer aan te vullen en/ of te wijzigen.

7. De memories worden gesteld in de Nederlandse taal, tenzij partijen uitdrukkelijk anders overeengekomen zijn en de voorzitter daarmee instemt.


11. Mondelinge behandeling

1. Nadat de memories zijn gewisseld c.q. nadat de voor het indienen van de memorie van repliek of memorie van dupliek verleende of verlengde termijn is verstreken, zonder dat de betreffende memorie is ingediend, wordt overgegaan tot de mondelinge behandeling van het geschil. Het scheidsgerecht kan hiervan afzien, indien beide partijen verklaren op een mondelinge behandeling geen prijs te stellen.

2. Het scheidsgerecht is te allen tijde bevoegd een persoonlijke verschijning van partijen te gelasten.

3. Het scheidsgerecht stelt de datum, tijdstip en plaats van de mondelinge behandeling vast na overleg met partijen, althans met inachtneming van een redelijke termijn. Partijen worden hiervan schriftelijk in kennis gesteld.


Getuigen en/ of partijdeskundigen

4. Bij de mondelinge behandeling hebben partijen de gelegenheid hun stellingen desgewenst door getuigen en/ of deskundigen te laten bevestigen, mits zij tijdig tevoren de namen en woonplaatsen van die getuigen en/ of deskundigen hebben medegedeeld aan de wederpartij en aan de secretaris.

5. Het scheidsgerecht bepaalt of de getuigen hun verklaring onder verband van de eed of de belofte dienen af te leggen en of een verslag van hun verklaring wordt opgemaakt.


Vertegenwoordiging

6. Partijen zijn - onverminderd het bepaalde in lid 2 - vrij bij de mondelinge behandeling in persoon te verschijnen, doch gerechtigd zich te doen vertegenwoordigen door een advocaat of een bijzonderlijk daartoe schriftelijk gevolmachtigde.

7. Op verzoek van beide partijen of op verzoek van één partij en met toestemming van de andere partij(en) kunnen arbiters bepalen dat buiten partijen, hun gemachtigden en getuigen of deskundigen tijdens de mondelinge behandeling derden aanwezig mogen zijn.


Voertaal

8. De voertaal tijdens de mondelinge behandeling is de Nederlandse, tenzij partijen anders zijn overeengekomen en het scheidsgerecht daarmee - voor de mondelinge behandeling - instemt.


Wijziging- aanvulling van de vordering c.q. verweer

9. Aanvulling en/ of wijziging van de vordering c.q. eventuele tegenvorderingen of wijzigingen in het verweer tijdens de mondelinge behandeling is met goedvinden van het scheidsgerecht mogelijk. In dat geval wordt de andere partij vergund een nadere memorie te nemen en/ of wordt de mondelinge behandeling op verzoek van de andere partij op een later tijdstip voortgezet.

12. Onderzoek ter plaatse

Indien het scheidsgerecht dit gewenst acht, kan het een onderzoek ter plaatse instellen waarbij aan partijen de gelegenheid wordt geboden tegenwoordig te zijn.


13. Intrekking van de vordering

1. Een partij kan zijn vordering c.q. tegenvordering intrekken zolang de wederpartij geen memorie van antwoord heeft ingediend of in geval van een spoedprocedure zolang de mondelinge behandeling niet heeft plaatsgevonden.

2. Nadien kan een partij de vordering c.q. tegenvordering slechts intrekken met toestemming van de wederpartij.

3. De intrekking van de vordering wordt schriftelijk door de secretaris aan partijen bevestigd.


14. Verstek

1. Indien de verweerder in gebreke blijft binnen de in artikel 10 lid 2 genoemde termijn een memorie van antwoord in te dienen, zonder daartoe gegronde redenen aan te voeren, kan het scheidsgerecht direct vonnis wijzen.

2. De vordering zal geheel of gedeeltelijk worden toegewezen, tenzij deze aan het scheidsgerecht onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Het scheidsgerecht kan, alvorens vonnis te wijzen, van de eiser het bewijs van één of meer van zijn stellingen verlangen.

3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien een zitting, al dan niet voorafgegaan door een wisseling van memories, plaatsvindt en de verweerder, ofschoon behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschijnt, zonder daartoe gegronde redenen aan te geven.

15. Beslissing

1. Het scheidsgerecht zal oordelen als goed(e) man(nen) naar billijkheid, tenzij partijen anders zijn overeengekomen.

2. Het scheidsgerecht is mede bevoegd:
a. op verzoek van één partij dan wel van beide partijen in elke stand van het geding voorlopig die beslissing te treffen welke nodig of nuttig voorkomt;
deze beslissing laat onverkort de rechten en weren van partijen;
b. tot enkele vaststelling van de hoedanigheid en/ of de toestand van zaken in de zin van artikel 1020 lid 4 sub a Rv;
c. tot de enkele bepaling van de hoogte van een schadevergoeding of van een verschuldigde geldsom, in de zin van artikel 1020 lid 4 sub b Rv;
d. tot de aanvulling of wijziging van de rechtsbetrekking als bedoeld in artikel 1020 lid 1 juncto lid 4 sub c Rv.

3. Het scheidgerecht geeft zijn beslissing zo spoedig mogelijk.
Het kan een geheel of gedeeltelijk eindvonnis geven dan wel een tussenvonnis wijzen.

4. Zijn partijen beslechting van het geschil bij wege van bindend advies overeengekomen, dan geeft het scheidsgerecht zijn beslissing in de vorm van een bindend advies.

5. Het scheidsgerecht beslist bij meerderheid van stemmen en maakt geen melding van gevoelens van minderheid.

6. Ieder der partijen ontvangt een afschrift van de beslissing. Een afschrift wordt gedeponeerd in het archief van het Instituut, terwijl, indien er vonnis is gewezen, het originele vonnis wordt gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Groningen.

7. De taak van het scheidsgerecht duurt voort tot en met depot van het eindvonnis ter griffie, dan wel tot het bindend advies zal zijn uitgebracht - onverminderd het bepaalde in de leden 8 en 9.


Herstel van het vonnis of bindend advies

8. Een partij kan tot dertig dagen na de dag van het depot van het vonnis ter griffie of verzending van het bindend advies, het scheidsgerecht schriftelijk verzoeken een kennelijke rekenfout of schrijffout in het vonnis of bindend advies te herstellen of verbetering van het vonnis of bindend advies verzoeken wanneer daarin de gegevens omtrent namen en woonplaats van arbiters of partijen of de datum en plaats van de uitspraak geheel of gedeeltelijk foutief zijn weergegeven of ontbreken.

De secretaris zendt een afschrift van het verzoek aan de andere partij. Tenzij het scheidsgerecht het verzoek afwijst, in welk geval de secretaris partijen daarvan schriftelijk op de hoogte zal stellen, gaat het scheidsgerecht zo spoedig mogelijk tot herstel of verbetering over door vermelding van de gegevens op een apart door het scheidsgerecht ondertekend stuk dat aan het gedeponeerde vonnis wordt toegevoegd en waarvan aan partijen een afschrift wordt toegezonden.


Aanvulling van het vonnis of bindend advies

9. Heeft het scheidsgerecht nagelaten te beslissen omtrent één of meer zaken welke aan zijn oordeel waren onderworpen dan kan de meest gerede partij tot dertig dagen na depot van het vonnis ter griffie of verzending van het bindend advies aan het scheidsgerecht verzoeken een aanvullend vonnis te wijzen of aanvullend bindend advies te geven.
De secretaris zendt een afschrift van het verzoek aan de andere partij.
Alvorens op het verzoek te beslissen, stelt het scheidsgerecht partijen in de gelegenheid te worden gehoord.
Een aanvullend vonnis of aanvullend bindend advies geldt als een arbitraal vonnis of bindend advies; daarop zijn de overige leden van dit artikel van toepassing.

Wijst het scheidsgerecht het verzoek tot aanvullend vonnis of aanvullend bindend advies af, dan doet de secretaris daarvan schriftelijk mededeling aan partijen onder gelijktijdige nederlegging ter griffie van deze mededeling.

10. Het Instituut is bevoegd het vonnis dan wel bindend advies te laten publiceren, tenzij een partij binnen één maand na ontvangst daarvan schriftelijk bij de secretaris daartegen bezwaar heeft gemaakt.


16. Spoedgeschil

1. De voorzitter kan na het aanhangig maken van een geschil verlof verlenen tot behandeling als spoedgeschil, in alle zaken waarin uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke beslissing wordt vereist of nuttig geoordeeld.

2. Het verlof wordt gevraagd bij indiening van de memorie van eis, bedoeld in artikel 9.
De memorie van eis kan door middel van brief, telegram, telex, telefax bij de secretaris worden ingediend. De memorie van eis met eventuele producties dient gelijktijdig met de indiening daarvan bij de secretaris ten verzoeke van de eiser bij deurwaardersexploit aan de verweerder te worden betekend. Het exploit van betekening dient uiterlijk ter mondelinge behandeling in het geding te worden gebracht.

3. Indien het verlof wordt geweigerd, zal dit bij aangetekend schrijven aan verzoeker worden bekend gemaakt. Deze kan daarna verzoeken dat de behandeling van de zaak op de gewone wijze wordt voortgezet, dan wel de zaak intrekken.

4. Indien het verlof wordt verleend, wordt het spoedgeschil berecht door de voorzitter dan wel door een terstond door de voorzitter aangewezen scheidsgerecht. Het bepaalde in artikel 3 lid 2 blijft buiten toepassing.

5. Indiening van een schriftelijk memorie van antwoord blijft achterwege, tenzij het scheidsgerecht zulks nodig acht. Een beroep op onbevoegdheid van het scheidsgerecht als bedoeld in artikel 10 lid 3 dient door de verweerder mondeling dan wel schriftelijk ter zitting voor alle weren te worden gedaan.

6. De secretaris roept partijen zo spoedig mogelijk op voor de mondelinge behandeling van het geschil. De artikelen 11 en 12 zijn van overeenkomstige toepassing.

7. De verweerder kan schriftelijk een tegenvordering instellen.

8. Het scheidsgerecht is bevoegd het geschil geheel of gedeeltelijk te verwijzen naar de gewone behandeling, indien het oordeelt dat de zaak niet voor een spoedbehandeling in aanmerking komt, dan wel de zaak zich voor een spoedbehandeling niet leent.

In geval van verwijzing stelt de secretaris de eiser in de gelegenheid de eis te wijzigen en/ of aan te vullen, waarna de normale rechtsgang plaatsvindt. De voorzitter kan ambtshalve het aantal arbiters uitbreiden met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 lid 2.

17. Voeging en tussenkomst

1. Op verzoek van een derde die enig belang heeft bij een arbitraal geding waarop dit reglement van toepassing is, kan het scheidsgerecht hem toestaan zich in het geding te voegen of tussen te komen.

2. Het verzoekt dient schriftelijk, met redenen omkleed, tijdig aan het scheidsgerecht te worden gedaan en in zesvoud bij de secretaris te worden ingediend.

De secretaris zendt een exemplaar van het verzoek aan partijen en het scheidsgerecht.

3. Het verzoek kan uitsluitend door het scheidsgerecht in behandeling worden genomen indien de verzoeker aantoont bij schriftelijke overeenkomst met de partijen tot de overeenkomst tot arbitrage te zijn toegetreden, aan welke voorwaarde hij wordt geacht te hebben voldaan indien hij aantoont dat tussen hem en één van de partijen in het betreffende arbitraal geding een overeenkomst is tot stand gekomen, waarin opgenomen een arbitraal beding dat verwijst naar dit reglement, dan wel een akte van compromis.

4. Na partijen in het arbitraal geding op verzoek te hebben gehoord, wordt daarop door het scheidsgerecht beslist. Het scheidsgerecht kan het geding in afwachting van de beslissing op het verzoek schorsen. Na de beslissing wordt het geding voortgezet op de wijze als door het scheidsgerecht te bepalen.


18. Vrijwaring

1. Een partij kan een derde in vrijwaring opgeroepen.

2. Een afschrift van de oproep wordt gelijktijdig in zesvoud toegezonden aan de secretaris die voor doorzending aan arbiters en de wederpartij zorgdraagt.

3. De oproep dient door de verwerende partij voor haar memorie van antwoord te worden gedaan en door de eisende partij voor haar memorie van repliek.

4. De oproep kan uitsluitend in behandeling worden genomen indien de oproeper gemotiveerd stelt bij schriftelijke overeenkomst met de opgeroepen derde tot de overeenkomst tot arbitrage te zijn toegetreden aan welke voorwaarden hij wordt geacht te hebben voldaan indien hij aantoont dat tussen hem en de opgeroepen derde een overeenkomst is tot stand gekomen waarin opgenomen een arbitraal beding dat verwijst naar dit reglement, dan wel een akte van compromis.

5. Na de wederpartij en de in vrijwaring opgeroepen derde te hebben gehoord, wordt door het scheidsgerecht over de toelating van de vrijwaring beslist.

6. De artikelen 9 tot en met 14 zijn van overeenkomstige toepassing op het verloop van de procedure in vrijwaring.

7. De mondelinge behandeling van de hoofdzaak en van de vrijwaringszaak vindt gevoegd plaats.


19. Samenvoeging van arbitrale gedingen

1. Een partij in een bij het Instituut aanhangig arbitraal geding, waarvan het onderwerp samenhangt met een bij een ander arbitrage-instituut in Nederland aanhangig geding, kan verzoeken om die gedingen algeheel samen te voegen, mits dat andere geding (hierna ook: het samen te voegen geding) wordt gevoerd onder toepasselijkheid van een reglement dat op inhoudelijk overeenkomstige wijze voorziet in de mogelijkheid van algehele samenvoeging van arbitrale gedingen.
Het verzoek tot samenvoeging kan reeds worden gedaan in de memorie waarmee het geschil bij het Instituut aanhangig wordt gemaakt.


Afstand van art. 1046 Rv

2. Partijen in een bij het Instituut aanhangig geschil doen - behoudens voor het geval als bedoeld in artikel 20 lid 4 - uitdrukkelijk afstand van de mogelijkheid om een verzoek tot samenvoeging van arbitrale gedingen te doen overeenkomstig het bepaalde in artikel 1046 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, indien het reglement, toepasselijk op het samen te voegen geding, eveneens voorziet in de mogelijkheid van algehele samenvoeging van arbitrale gedingen.

3. Verzoeken die strekken tot het gedeeltelijk samenvoegen van een bij het Instituut aanhangig arbitraal geding met een bij een ander arbitrage-instituut in Nederland aanhangig geding, kunnen niet worden gehonoreerd.

4. Verzoeken die strekken tot het samenvoegen van een bij het Instituut aanhangig arbitraal geding met een bij een ander arbitrage-instituut in Nederland aanhangig geding, worden geacht niet te zijn gedaan hangende een in één van die gedingen gedaan beroep op onbevoegdheid van het scheidsgerecht.

5. Verzoeken die strekken tot het samenvoegen van een bij het Instituut aanhangig arbitraal geding met een bij een ander arbitrage-instituut in Nederland aanhangig kort geding, kunnen niet worden gehonoreerd.


Wijze van indiening verzoek

6. Het verzoek wordt schriftelijk gedaan aan de voorzitter en gaat vergezeld van:
a. een opgave van het adres van het secretariaat van het arbitrage-instituut waar het samen te voegen geding aanhangig is;
b. zo mogelijk een exemplaar van het geschrift waarmee het samen te voegen geding aanhangig is gemaakt;
c. een exemplaar van het arbitragereglement dat op het niet bij het Instituut aanhangige te voegen geding van toepassing is.


20. Beslissing op het verzoek

1. Alvorens op het verzoek te beslissen stelt de voorzitter de partij(en) in het bij het Instituut aanhangige geding in de gelegenheid om binnen een door hem gestelde termijn van ten hoogste 14 dagen kanttekeningen bij het verzoek te maken. Van het verzoek en de gemaakte kanttekeningen zendt hij een afschrift aan de voorzitter van het arbitrage-instituut waar het samen te voegen geding aanhangig is.
Indien dat arbitrage-instituut geen voorzitter heeft, wordt het afschrift gezonden aan het orgaan dat de bevoegdheid heeft tot het benoemen van een scheidsgerecht, hierna ook te noemen de benoemingsbevoegde.

2. Op het verzoek tot samenvoeging wordt gezamenlijk beslist door de voorzitter en de voorzitter/ de benoemingsbevoegde van het arbitrage-instituut waar het samen te voegen geding aanhangig is.
Ingeval de samenvoeging wordt gelast, bepalen de voorzitters respectievelijk de voorzitter en de benoemingsbevoegde, eveneens hoe het scheidsgerecht voor de samengevoegde gedingen zal zijn samengesteld en - los daarvan - welk reglement op de samengevoegde gedingen van toepassing zal zijn.
Ingeval de samenvoeging wordt gelast, bepalen zij voorts hetgeen aan de arbiters, die als gevolg van de samenvoeging van hun opdracht worden ontheven, toekomt voor de reeds door hen verrichte werkzaamheden. Dit geldt eveneens ten aanzien van de door het secretariaat van een arbitrage-instituut gemaakte kosten, voorzover dat secretariaat als gevolg van de samenvoeging niet langer het secretariaat voert van de samengevoegde gedingen.

3. De in het vorige lid genoemde voorzitters, respectievelijk de voorzitter en de benoemingsbevoegde, kunnen een verzoek tot samenvoeging afwijzen in verband met de stand waarin een geding of de gedingen waarvan de samenvoeging wordt verzocht zich bevindt, respectievelijk zich bevinden.

4. Indien de voorzitter en de voorzitter/ de benoemingsbevoegde van het arbitrage-instituut waar het samen te voegen geding aanhangig is, laten weten dat geen overeenstemming is bereikt over het al dan niet samenvoegen van de gedingen, dan wel over de samenstelling van het scheidsgerecht of over het toepasselijke reglement, ontstaat de mogelijkheid tot het doen van een verzoek tot het samenvoegen van arbitrale gedingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 1046 van het Wetboek voor Burgerlijke Rechtvordering.


21. Afdoening van het geschil

Het scheidsgerecht voor de samengevoegde gedingen doet steeds het geheel van die gedingen af. Het is echter op elk moment gerechtigd om een geschil of een gedeelte daarvan - hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van enige partij - te verwijzen naar het oorspronkelijk fungerende arbitrage-instituut, na welke verwijzing het voor de samenvoeging op dat geschil van toepassing zijnde arbitragereglement daarop wederom van toepassing wordt.


22. Hoger beroep

Tegen een door het scheidsgerecht voor de samengevoegde gedingen gewezen vonnis staat uitsluitend arbitraal hoger beroep open indien en voorzover:
a. alle op de oorspronkelijke gedingen toepasselijke reglementen in de mogelijkheid van arbitraal hoger beroep voorzagen, of
b. de bij het samengevoegde geding betrokken partijen bij overeenkomst in de mogelijkheid van arbitraal hoger beroep hebben voorzien of daarin alsnog voorzien.


23. Overige bepalingen

Het in de artikelen 19 tot en met 22 bepaalde is van overeenkomstige toepassing indien:
a. het verzoek tot samenvoeging betrekking heeft op drie of meer samen te voegen gedingen bij verschillende arbitrage-instituten;
b. een partij in een bij een ander arbitrage-instituut in Nederland aanhangig geding verzoekt om dat geding samen te voegen met een bij het Instituut aanhangig geding.


24. Waarborgsom

1. Bij indiening van de memorie van eis is de eiser, vooruitlopend op de vaststelling van de waarborgsom, een door het curatorium vastgesteld vastrecht verschuldigd aan het Instituut ter dekking van de door het Instituut te maken kosten.

2. De voorzitter stelt voor elke procedure, waaronder begrepen een verzoek tot samenvoeging of tussenkomst en vrijwaringsprocedure, de waarborgsom vast, die door eiser/ verzoeker op rekening van het Instituut moet worden gestort.
Hij kan bepalen dat door de eiser in reconventie eveneens een waarborgsom wordt gestort.

3. De voorzitter is bevoegd in elke stand van het geding aanvulling van de waarborgsom te vorderen, indien daartoe naar zijn mening aanleiding bestaat.


4. Zolang het verschuldigde niet is voldaan, vindt de procedure geen doorgang.
Indien na een tweede schriftelijke aanmaning door de secretaris een partij de door haar verschuldigde waarborgsom niet binnen 14 dagen heeft voldaan, wordt zij geacht de vordering, respectievelijk tegenvordering te hebben ingetrokken.


25. Kosten

1. Onder de kosten van de arbitrage worden verstaan honoraria en verschotten van arbiter(s) en secretaris, alsmede de administratiekosten van het instituut.

2. De arbitragekosten worden door het scheidsgerecht vastgesteld.

3. Het scheidsgerecht bepaalt - ook zonder dat zulks uitdrukkelijk door partijen is verzocht - in het vonnis of bindend advies door welke partij of partijen en tot welk bedrag de arbitragekosten tot en met het deponeren van het vonnis ter griffie of de kosten van het uitbrengen van een bindend advies, worden gedragen.
Onder de kosten kan mede worden begrepen een bijdrage in de kosten van rechtsbijstand door raadslieden aan partijen en/ of van door één of meer partijen ingeschakelde deskundigen.

4. Indien de opdracht aan het scheidsgerecht voor het eindvonnis wordt beëindigd, of een arbiter voordien van zijn taak wordt ontheven, stelt de voorzitter vast welke vergoeding in redelijkheid aan arbiter(s) toekomt.

26. Nietigheid

Indien bij rechterlijk gewijsde een arbitraal vonnis of bindend advies geheel of gedeeltelijk nietig of niet bindend is verklaard, of is vernietigd, zal op verzoek van de meest gerede partij het geschil, voorzover de vernietiging of niet-bindendverklaring strekt, opnieuw worden onderworpen aan berechting door arbitrage c.q. advies overeenkomstig dit reglement.
De eiser is in zijn vordering niet-ontvankelijk, wanneer deze later dan 6 maanden na het in kracht van gewijsde gaan van voorbedoelde rechterlijke uitspraak aanhangig is gemaakt, tenzij partijen anders zijn overeengekomen.
De arbiter(s) en de secretaris die aan de totstandkoming van vernietigde of nietig verklaarde beslissing hebben meegewerkt, zullen aan de nieuwe behandeling niet mogen meewerken.


27. Bevoegde President

In zaken als bedoeld in artikel 1027 lid 3 Rv betreffende de benoeming van de arbiter of arbiters, artikel 1028 Rv betreffende de bevoorrechte positie van een partij bij de benoeming van een arbiter en arbiters, artikel 1035 lid 2 Rv betreffende de wraking van een arbiter en artikel 1041 lid 2 Rv betreffende het horen van een onwillige getuige, is bevoegd de President van de Arrondissementsrechtbank te Groningen.


28. Voorzitter

Behoudens in geval van het bepaalde in artikel 4 lid 4 worden beslissingen, welke zijn voorgehouden aan de voorzitter, genomen door de plaatsvervangend-voorzitter indien deze beslissingen de voorzitter zelf zouden raken.


29. Niet voorziene gevallen

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, wordt door de voorzitter beslist.


30. Inbreuk op het reglement

Indien is gehandeld in strijd met of is nagelaten te handelen overeenkomstig enige bepaling van dit reglement, dient een partij, zo spoedig mogelijk nadat de strijdigheid hem bekend is geworden, hiertegen schriftelijk te protesteren bij het scheidsgerecht, op straffe van verval van recht daarop later, in het arbitraal geding of bij de rechter, alsnog een beroep te doen.


31. Uitsluiting van aansprakelijkheid

De Stichting Arbitrage-Instituut Bouwkunst, een bestuurslid in persoon, de secretaris of een arbiter kan niet aansprakelijk worden gesteld voor enig handelen of nalaten met betrekking tot arbitrage waarop dit reglement van toepassing is.


32. Wijzigingen

1. Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, is het reglement van toepassing in de vorm welke het heeft op het moment dat een geschil aanhangig wordt gemaakt.

2. Het Instituut is te allen tijde bevoegd dit reglement te wijzigen. De wijzingen zijn niet van kracht voor geschillen welke op dat moment reeds zijn aanhangig gemaakt.

Groningen, 1 september 1997